Standaard

De eerste pooltjes kwamen aan het eind van de 19e eeuw voor het eerst in Duitsland en later in Nederland. Deze pooltjes stammen af van een Engels ras. Het ras was in beide landen heel populair. Het ras werd in 1907 in Nederland erkend. Omdat op de tentoonstellingen graag een klein ras werd gezien probeerden de fokkers een zo klein mogelijk pooltje voort te brengen. Er bestaan twee soorten pooltjes. De roodogige en de blauwogige pool. Er is een klein karakterverschil tussen dieren met blauwe en rode ogen. De blauwogige pooltjes zijn wat levendiger. Pooltjes zijn een van de populairste rassen van de wereld. Niet alleen fokkers zijn dol op dit ras maar je kunt een pooltje ook heel goed als huisdier houden.

Pool Roodoog

Het land van oorsprong is Engeland.
Is in Nederland erkend in 1907.

Genetische symbolen:

..c.. (Int.)
..c..

a.... (Duits)
a....

Pool Blauwoog

Het land van oorsprong is Duitsland.
Is in Nederland erkend in 1927.

Genetische symbolen:

..C.v (Int.)..C.v

a...x (Duits)
a...x

Groep 5 Wit:

Positie Onderdeel Punten
1 Gewicht 10
2 Type, bouw en stelling 20
3 Pels en pelsconditie 20
4 Kop 15
5 Oren 15
6 Kleur 15
7 Lichaamsconditie en verzorging 5
Totaal 100


Gewicht:

Het gewicht is 800 tot 1100 gram.

Puntenschaal voor het gewicht:

Gewicht (gram) 800-870 880-940 950-1050 1060-1100
Punten 8 9 10 9

Type, bouw en stelling:

Het type is geblokt (typegroep D), met zeer korte hals (zogenaamd halsloos), fraaie ronde contouren en goed gevulde achterhand. De benen zijn recht, kort en stevig. De voeten zijn kort en goed gesloten. Het ras is middelhoog gesteld. Een juiste stelling toont de aanwezige rasadel. De staart is klein en smal en wordt nauwsluitend tegen de achterhand gedragen.

Pels en pelsconditie:

De pels is iets korter dan normaal, dicht ingeplant, rijk aan onderhaar en iets fijn van structuur. Pelsconditie: zie het algemene gedeelte.

Kop:

De kop is bolvormig met breed voorhoofd en sterk gebogen neusbeen. De kaken, wangen en snuit zijn breed en sterk ontwikkeld. De ogen zijn groot en uitspringend.

Oren:

De oren zijn fijn van structuur met lichtelijk afgeronde oortoppen en worden strak en nauwsluitend gedragen. De inplanting is zo nauw mogelijk. De oren zijn dicht en zeer kort behaard. De oorlengte is 4 - 6 cm, ideaal is ongeveer 5,2 cm. Aaneengesloten vormen de oren een wit glanzend vlak in de vorm van een gelijkbenige driehoek.

Kleur:

De kleur is helder wit over het gehele lichaam. De oogkleur is rood. De nagels zijn kleurloos.

Lichaamsconditie en verzorging:

Zie het algemene gedeelte.

Lichte fouten:

Geringe afwijking in type. Geringe afwijking in bouw. Iets grove benen. Iets lange benen. Iets dunne benen. Iets zwakke voorbenen. Iets lange pels. Iets slappe pels. Iets weinig onderhaar. Iets weinig behaarde oren. Iets zwaar behaarde oren. Iets lange beharing aan oorbasis of op oren. Iets hoekige kopvorm. Iets vlakke schedel. Iets gleufje in schedel. Iets insnoering tussen snuit en wangen. Iets grove oren. Iets afwijkende oorstructuur. Niet geheel aan elkaar sluitende oren. Iets wijde oorstand. Iets platte oortoppen. Iets gele tint. Iets gele aanslag. Iets afwijkende oogkleur. Zie verder lichte fouten in het algemene gedeelte.

Zware fouten:

Grote afwijking in type. Grote afwijking in bouw. Te lange pels. Te slappe pels. Te weinig onderhaar. Te dun behaarde oren. Te grove benen. Te lange dunne benen. Doorgezakte voorbenen. Te grove oren. Geheel niet sluitende oren. Te wijde inplanting oren. Sterk afwijkende kleur. Te veel gele aanslag. Sterk afwijkende oogkleur. Zie verder zware fouten in het algemene gedeelte.

Maurice de Jong
.